← terug naar overzicht
10 tegen 10 + keeper
40 min
Voetbal Oefening

10 tegen 10 + keeper

Organisatie

22 spelers begeven zich volgens de afbeelding op het hele speelveld en er worden op beide achterlijnen twee doelen opgebouwd. Er worden twee 11-teams gevormd. De spelersposities worden als volgt ingedeeld: 2 spelers in de aanval, telkens een speler op de rechter en linker buitenkant, twee middenvelders in de halfposities, daarachter de twee centrale verdedigers en buitenste verdedigers alsook een keeper. Het geel-rode team positioneert 20-25 m voor het eigen doel de viermansachterhoede in lijnformatie (onderlinge afstanden 8-12 meter), daarvoor de viermans-middenveldlinie en daarvoor de twee spitsen.

Verloop

Beide teams spelen in de 4-4-2 formatie. De achterhoede-, middenveld- en aanvalslinie is permanent verplicht de loopacties van de viermans- en tweemanslinie uit te voeren. Het balbezittende team speelt in de 2-4-4 formatie met twee offensieve buitenbaanspelers alsook twee oprukkende buitenste verdedigers en probeert door snelle balcirculatie, zijwaartse verplaatsingen, overlappen, dribbels, voorzetten en door passes in de diepte een doelpunt te maken. De centrale verdediger of keeper start de spelopening. De buitenspelregel geldt.

Tip

- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het instuderen van de loopacties van de defensieve loopacties in teamverband met de vervolgacties 'snel omschakelen van verdediging naar aanval' en balcontrole na balverovering. Anderzijds wordt bij het aanvallende team het uitspelen van een defensief compact gestaffeld team, met de nadruk op na balverlies direct pressing uit te oefenen, ingestudeerd. - De loopacties van de spelers in de viermansachterhoede zijn naar de bal toe naar voren en terug resp. naar links en rechts naar binnen schuiven. Vaak schuiven spelers in de voorwaartse beweging naar binnen. Er moet echter een dieptestaffeling van de spelers ontstaan. Dus moet de speler zijwaarts naar achteren lopend naar binnen schuiven. Bovendien moeten de middenvelders altijd de verdedigers dubbelen. - De beide defensieve viertallen en de spitsen opereren altijd in verband en mogen niet te ver van elkaar af raken. - Doel voor het verdedigende team is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte aan de zijkant af te dringen en hem door dubbelen of naar binnen schuiven de passweg naar het doel/naar de medespeler af te sluiten. De middenvelder probeert te dubbelen of de passweg af te sluiten. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel vereist. Daarbij moet conform de 4-4-2-formatie een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus bewegen op een lijn worden vermeden (dieptestaffeling betekent het scheppen van aanspeelstations). De buitenbaanspelers moeten de breedte van het speelveld benutten en aan de zijlijn gepositioneerd zijn. - Wordt de aanval via de buitenbaanspelers gevoerd, proberen de spelers uit het halfveld te overlappen of in de achterruimte als passontvangende speler en voorzetter te fungeren. De buitenspeler heeft de optie om te dribbelen, te flanken of de bal door te passen. - Door passes in de diepte (op de spitsen) wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal naar de buitenkant wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De twee halfcentrale middenvelders moeten als aanspeelstation voor de centrale verdedigers, buitenbaanspelers en spitsen dienen en door hun loopacties vormen ze permanent driehoeken en dus spelopties. Is het centrum open, kunnen ze dit met een snelle dribbel richting doel overbruggen. Mocht de viermansachterhoede te ver zijn opgeschoven of grote tussenafstanden vertonen, spelen ze de pass in de diepte. - De passspelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 30-40 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - De spelers in de viermansachterhoede hebben de optie het spel door diagonale ballen te verplaatsen. - 2 groot veld-doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Passtraining

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Ondertal / overtal

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
40 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
2 keepers
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld
Trainingslocatie
Veld Zaal