← terug naar overzicht
10 tegen 7 + keeper
40 min
Voetbal Oefening

10 tegen 7 + keeper

Organisatie

Er worden twee teams (blauw en geel) gevormd. Team blauw bestaat uit elf spelers en speelt in de 4-4-2 formatie. Team geel bestaat uit zeven spelers. In beide doelen staat een keeper

Verloop

Het blauwe team traint in de 4-4-2 formatie het verschuiven over het hele veld, terwijl het gele team door zijn passspel de loopacties voor team blauw aangeeft. Daarbij zijn er drie methodische niveaus van uitvoering: Niveau 1: Team blauw verschuift tegen het in de 3-3-1 formatie opgestelde team geel. De spelers in team geel passen de bal langzaam naar elkaar en nemen de bal altijd aan. Zo kan blauw altijd zuiver in verband verschuiven en de trainer heeft de mogelijkheid om (indien nodig) correcties aan te brengen. Niveau 2: Team geel speelt nu met 2 balcontacten en maakt zo het spel sneller. Team blauw moet nu de respectievelijke loopacties aanzienlijk sneller afleggen. Niveau 3: Nu wordt een echt spel van beide teams met elk een keeper op het hele speelveld gespeeld. Team geel speelt verder in de 3-3-1-formatie.

Tip

- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het instuderen van de loopacties in teamverband. Anderzijds wordt bij het balhoudende team in minderheid het oplossen van spelsituaties in een pressingsituatie getraind. - Bij balbezit van de tegenstander beweegt het team zich in defensief verband in de 4-4-2 lijnformatie op een oppervlakte van maximaal 35 x 35 meter. De defensieve formatie kenmerkt zich in haar uitgangspositie door een lijnpositionering van de afzonderlijke teamonderdelen. D.w.z. zowel de vier verdedigers als ook de vier middenvelders en de twee spitsen staan op een lijn. Ze vormen dus drie verdedigingslinies. Daarbij geldt het om bepaalde afstanden onderling aan te houden die een optimale verdediging van het eigen doel waarborgen. Deze afstanden zijn in de regel als volgt: In de breedte 7-12 meter en in de diepte 8-15 meter. De afstanden van de individuele spelers en teamonderdelen kunnen door een wisselend speltempo, verandering van de spelsituatie of door tijdelijk minderheidsspel variëren. Beweegt het team zich bij balbezit van de tegenstander in defensief verband in de 4-4-2 ruitformatie, dan moet het oppervlakte evenzo op maximaal 35 x 35 meter beperkt zijn. De defensieve formatie wordt in de afzonderlijke teamonderdelen als volgt gepositioneerd: De vier verdedigers staan op een lijn, de centrale defensieve middenvelder, de middenvelders in de halfposities alsook de offensieve middenvelder staan verspringend en de twee spitsen staan op een lijn. Ze vormen dus vijf verdedigingslinies. Een optie is echter een naar binnen schuiven van de middenvelders in de halfpositie op hoogte van de defensieve, centrale middenvelder en dus een driemansrij. Dan zouden er slechts vier verdedigingslinies ontstaan. In teamverband wordt een compact, gedisciplineerd verschuiven nagestreefd, met als doel de ruimtes te vernauwen en zo enerzijds de tegenstander geen pasmogelijkheden in de diepte te bieden, en hem anderzijds de mogelijkheid te ontnemen om individuele acties te starten. Tot de belangrijkste tactische duelmaatregelen behoort het de balvoerende speler naar de buitenbaan te dirigeren en door dubbelen in balbezit te komen, alsook de spelopening van de tegenstander door overeenkomstig verschuiven naar de buitenspelers te leiden, daar de passwegen zo af te sluiten dat alleen nog een pass naar het midden mogelijk is. Daar wordt de speler dan gedubbeld en massief onder druk gezet - De loopacties van de spelers in de viermansachterhoede zijn naar de bal toe naar voren en terug resp. naar links en rechts naar binnen schuiven. Vaak schuiven spelers in de voorwaartse beweging naar binnen. Er moet echter een dieptestaffeling van de spelers ontstaan. Dus moet de speler zijwaarts naar achteren lopend naar binnen schuiven. Bovendien moeten de middenvelders altijd de verdedigers dubbelen. Hetzelfde geldt voor de spitsen. - Door passes in de diepte (op de spitsen) wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal naar de buitenkant wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De passende spelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-30 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - 2 groot veld-doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Passtraining

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Ondertal / overtal

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
40 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
2 keepers
Trainingsvorm
Individueel training Groepstraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld
Trainingslocatie
Zaal Veld