Opbouw van een pionnenvierkant volgens de afbeelding. Er begeven zich per team twee spelers in het speelveld en telkens twee spelers positioneren zich aan de buitenzijden.
Verloop
Er ontstaat een spel twee tegen twee waarbij de spelers in het vierkant vrij spel hebben en hun beide teamgenoten aan de buitenlijnen voor een dubbele pass mogen aanspelen. Deze mogen echter slechts met een contact spelen. De buitenspelers mogen elkaar niet aanvallen. De buitenspeler mag ook naar de tweede aanspeler passen. Variant: Als een buitenspeler wordt aangespeeld, wisselt hij met de passgever van positie.
Tip
- Deze spelvorm vereist een enorm loopvermogen en spelbegrip en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie en een wisselspel tussen de aanspeelpunten en spelers in het vierkant. - De teams moeten permanent in beweging zijn. De spelers proberen zich voortdurend aan te bieden en als aanspeelstation voor hun medespelers beschikbaar te zijn. - Er moeten regelmatig driehoeken gevormd worden. - Deze spelvorm traint het korte passspel, spelen in krappe ruimtes, kantverplaatsing en duelgedrag. - 4 pionnen