Opbouw van de oefening volgens de tekening. Verdeling van de spelers: A en J in het midden van het speelveld, speler I naast het onderste doel. De overige spelers verdelen zich naast de doelen. De keepers gaan in het doel en de ballen worden naast de doelen geplaatst.
Verloop
Speler I opent de spelsituatie met een pass op aanvaller J, die door verdediger A wordt aangevallen. J speelt de bal in de loop van I terug. Nu ontstaat een 2 tegen 1-situatie. A mag bij balverovering op zijn beurt een doelpunt maken. De buitenspelregel geldt. Spits J heeft ook het alternatief de bal vast te houden of te gaan dribbelen.
Tip
- Wanneer de passgever in de uithaalbeweging gaat, is dat het startsignaal voor de balverwachtende speler. - Bij deze oefening zijn de starttiming en de balmeename van het grootste belang. Ook de passende speler moet na de pass direct verder lopen. - Verdedigend duel (balverovering is het hoogste doel! Niet de bal wegtrappen.) - Positionering van het lichaam zo, dat de tegenstander van het doel weg naar buiten wordt gedrongen. Weg naar de achterlijn dichtzetten. Zijwaarts staan, kant aanbieden; de tegenstander daarheen lokken waar ik hem wil hebben; dan het lichaam ertussen schuiven om de bal te veroveren. - Op de voetballen staan, niet op de hele voet. - Proberen het tempo van de tegenstander te verlagen. (Hiermee moet tijd worden gewonnen voor de in de wedstrijd aanwezige andere verdedigers.) - Aanvallend duel Indien mogelijk, in het hoogste tempo op de tegenstander afgaan. Bij langzaam tempo proberen een lichaamsfinte toe te passen. - 6 pionnen, 2 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsPasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
SpelersgedragOndertal / overtal
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttraining