Met pionnen wordt een veld afgebakend. Aan beide kopzijden van het veld wordt een doel opgebouwd, waarin telkens een keeper gaat. 10 veldspelers begeven zich volgens de afbeelding op het speelveld. Ter markering van de middenlijn wordt aan de zijlijnen telkens een pion geplaatst.
Verloop
Naast de doelpalen staan telkens twee veldspelers en in het midden van het speelveld eveneens. Speler J staat met de rug naar het doel in balbezit en passt de bal naar speler I, die in het hoogste tempo de bal tegemoet loopt en een dribbling start. Verdediger A valt J aan. Na de openingspass sprint de tweede verdediger B vanaf de doellijn richting speler I en valt deze aan. Er ontstaat nu een 2 tegen 2-situatie. Verkrijgt het verdedigende team balbezit, dan mag het op het tegenoverliggende doel afronden.
Tip
- Bij de uithaalbeweging van de passspeler start de tweede aanvallende en verdedigende speler. - De aanvaller probeert zijn sprinttempo te benutten. - De verdedigende spelers proberen de aanvaller zo vroeg mogelijk aan te vallen, zodat deze geen tempo kan opbouwen en indien mogelijk hun lichaam met de schouder naar voren tussen zichzelf en de aanvaller te plaatsen. - De verdedigende speler probeert de aanvaller in te halen, of de passweg af te sluiten of hem naar de zijkant af te dringen. - De verdedigende speler probeert het duel met balbezit te winnen. - De verdediger moet de weg naar het doel dichtzetten. Zijwaarts verschoven staan, zodat de aanvaller de doelverwijderde weg moet kiezen. - 6 pionnen, 2 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameDribbelenSchijnbewegingen/trucsPasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
TeamgedragSpelersgedragOndertal / overtal
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBasisuithoudingsvermogenKrachttraining