Aan beide kopzijden van het veld wordt een doel opgebouwd, waarin telkens een keeper gaat. 8 veldspelers worden in vier 2-tallen verdeeld en volgens de afbeelding in het speelveld en naast de doelen geplaatst. Ter markering van de middenlijn wordt aan de zijlijnen een pion geplaatst.
Verloop
De keeper opent de spelsituatie met een lange pass op spits I, die diep gepositioneerd in de 16-meter van het vijandelijke doel staat, een tegenbeweging start en door zijn loopweg de passweg aanduidt. Met de uithaalbeweging door de keeper start speler J eveneens een tegenbeweging en loopt richting spitspartner I om een extra speeloptie te bieden. De beide verdedigers proberen de aanvallende spelers aan de doelpoging te hinderen; winnen ze het duel met balbezit, dan mogen ze een tegenaanval starten. Na elke aanval wordt de spelopbouw gewisseld, zodat elke keeper de openingspass speelt.
Tip
- De verdedigende spelers proberen de aanvaller zo vroeg mogelijk aan te vallen, zodat deze geen tempo kan opbouwen en indien mogelijk hun lichaam met de schouder naar voren tussen zichzelf en de aanvaller te plaatsen. - De verdedigende speler probeert de aanvaller in te halen, of de passweg af te sluiten of hem naar de zijkant af te dringen. - De verdedigende speler probeert het duel met balbezit te winnen. - De verdediger moet de weg naar het doel dichtzetten. Zijwaarts verschoven staan, zodat de aanvaller de doelverwijderde weg moet kiezen. - De aanvallende spelers proberen snel de aanval af te ronden. - De oprukkende aanvaller kan zich door een loopfinte vrijlopen en zo kortdurend voor een overtalsituatie zorgen. - 2 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsPasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
SpelopbouwSpelersgedragOndertal / overtal
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid