6 spelers begeven zich volgens de afbeelding in het strafschopgebied en er worden op de achterlijnen twee doelen en bij de hoeken 4 pionnen opgebouwd. Er worden twee 2-tallen + keeper gevormd. De rode speler heeft de bal.
Verloop
De rode speler is in balbezit en probeert ofwel zijn medespeler of keeper aan te spelen of zich in de dribbling door te zetten. De blauwe spelers proberen in balbezit te komen en op hun beurt een doelpunt te maken. De normale spelregels gelden. Voor de verdedigende spelers geldt: Bij de opdracht van de trainer om man-tegen-man te spelen moeten ze altijd dicht bij de tegenstander zijn. Bij de opdracht in de ruimte te spelen moet afhankelijk van de spelsituatie worden doorgeschoven, ingerukt, afgedekt of overgenomen. Na een minuut moet er altijd een korte pauze volgen of vier nieuwe spelers het speelveld betreden.
Tip
- De verdedigende spelers proberen de aanvaller zo vroeg mogelijk aan te vallen, zodat deze geen tempo kan opbouwen en indien mogelijk hun lichaam met de schouder naar voren tussen zichzelf en de aanvaller te plaatsen. - De verdediger moet de weg naar het doel dichtzetten. Zijwaarts verschoven staan, zodat de aanvaller de doelverwijderde weg moet kiezen. - Door het kleine speelveld ontstaan voortdurend doelkansen en een wisselspel tussen aanval en verdediging. - De aanvallende spelers worden aangespoord steeds weer fintes en dubbele passes in te bouwen. - 4 pionnen, 2 groot doel(en)