Opbouw van 4 pionvakken volgens de tekening. Er worden twee groepen van 7 gevormd die verdeeld worden over 2 naast elkaar liggende velden. De groepen van 7 worden elk opgesplitst in een team van 5 (rood) en een team van 2 (blauw).
Verloop
Er wordt in 2 velden tegelijkertijd 5 tegen 2 gespeeld. De spelers van het rode team van 5 passen de bal naar elkaar en hebben elk een balcontact. De twee blauwe spelers moeten proberen in balbezit te komen. Raakt een van de blauwe spelers de bal, gaat de bal uit of heeft een speler meer dan een balcontact, dan wisselt de blauwe speler die het langst in het midden stond van positie met de rode speler die de fout maakte. Maakt het rode team 20 balcontacten achter elkaar, dan moeten de twee blauwe spelers een ronde langer in het midden blijven. Hetzelfde geldt wanneer een rode speler de bal door de benen van een blauwe speler speelt (poortje). Opdracht: Op commando van de trainer moeten alle spelers naar het tegenoverliggende vak sprinten. De twee laatsten/langzaamsten moeten naar het midden.
Tip
- Er moet op een precies en drukvol passspel worden gelet. - Het balbezittende team moet zo gespreid staan dat alle zijden van het speelveld en het midden bezet zijn. - Er moeten steeds weer driehoeken worden gevormd om aanspeelstations te bieden. - Het passspel wisselt tussen veel korte passes en af en toe lange passes om van kant te wisselen. - De spelers proberen voortdurend als aanspeelstation voor hun medespelers beschikbaar te zijn. - Het team zonder balbezit probeert de paswegen en ruimtes slim af te sluiten en oefent permanent druk uit op de balbezittende speler en zijn directe medespelers. - De zijspelers moeten een open spelhouding aannemen (zijlijn in de rug), zodat zij altijd het volgende aanspeelstation in het oog hebben. - Deze spelvorm traint het korte pas-/driehoeksspel en spelen in kleine ruimtes. - Snel omschakelen op commando van de trainer met sprint naar het tegenoverliggende veld. - 16 pionnen