De spelers begeven zich volgens de afbeelding op het speelveld, stellen een doel op en bouwen 3 pionnengoaltjes. Een keeper gaat in het grote doel.
Verloop
Het 5-tal verdedigt drie kleine pionnengoaltjes. De aanvallen moeten met een doelpoging worden afgesloten. Als het team in ondertal in balbezit komt, heeft het slechts 10 balcontacten om tot een doelpoging te komen, anders wordt de spelsituatie afgebroken en de spelopening vindt plaats via de keeper van het team in overtal.
Tip
- Tactische opstelling voor het spelopbouwende team is een 4-2-1 tegen een 3-2, oftewel 3 middenvelders en 2 aanvallers, die de taak hebben bij balbezit van het 7-tal pressing te spelen en de ruimtes dicht te zetten. - Het zwaartepunt ligt nu in het onder tegenstanders druk, maar in overtal automatiseren van de loop-, dribbel- en passwegen, wanneer de aanvallen over de verschillende posities worden ingeleid. De aanvalsvarianten hebben dezelfde vervolgacties als bij de eerste spelvorm, waarbij nu ook de doelpoging erbij komt. - Het 5-tal moet bij balbezit na 10 contacten tot een afronding komen. Daarmee wordt beoogd dat ze snel naar voren moeten spelen en daardoor spelsituaties ontstaan waarin het team in overtal in balbezit komt en wedstrijdnabije situaties ontstaan, die het inschakelen van verdedigende spelers in het aanvalsspel met zich meebrengen. - De buitenspelregel geldt. - Het team in overtal is het team met de verdedigende spelers, die als doelstelling hebben het aanvalsspel in te studeren. - 6 pionnen, 1 groot doel