Met 6 pionnen wordt een speelveld afgebakend (incl. de middenlijn). Aan de zijkanten van het speelveld wordt aan beide zijden met elk 3 extra pionnen een lengezone opgebouwd. Op beide kopzijden wordt een doel geplaatst. Er worden twee 5-tallen gevormd; in de doelen staat telkens een keeper.
Verloop
3 spelers van elk team spelen in het pionveld tegen elkaar 3 tegen 3. Doel voor beide teams is om doelpunten te scoren. Beide teams hebben aan beide zijden van het speelveld in de lengtezones extra een vleugelspeler. De vleugelspelers mogen tijdens een aanval door het balbezittende team aangespeeld worden, maar mogen niet door het vijandelijke team (ook niet door hun vleugelspelers) aangevallen worden. De vleugelaanvallers mogen hun zone (achterlijn tot middenlijn) niet verlaten en moeten het aanvalsspel van hun team met zoveel mogelijk voorzetten of lage aangiftes ondersteunen. Variant: - De vleugelspelers hebben slechts 2 of 3 contacten - De vleugelspelers mogen, nadat de bal in hun zone is gespeeld, door de gelijkzijdige vijandelijke vleugelspeler aangevallen worden.
Tip
- De verdedigers proberen bij de spelopbouw de ruimtes klein te maken en de paswegen af te sluiten. - Als de vleugelspeler de bal heeft, ordent elke verdediger zich bij een aanvaller. - Na balverovering leidt de verdediger of keeper direct de tegenaanval in via de vleugelspelers. - De teams moeten permanent in beweging zijn. De spelers proberen zich voortdurend aan te bieden en als aanspeelstation voor hun medespelers beschikbaar te zijn. - Twee spelers van het balbezittende team kruisen en bewegen zich richting eerste en tweede paal, de derde speler laat zich in de terugliggende ruimte zakken. Zo heeft de voorzetter verschillende pasopties. - Deze spelvorm vereist een enorm loopvermogen en spelbegrip en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie en een wisselspel tussen aanval en verdediging. - 12 pionnen, 2 grote doel(en)