Er worden twee teams van 4 gevormd. Het speelveld is het 16-metergebied. In het doel staat een keeper. Op de halve cirkel van het strafschopgebied staat een neutrale aanspeelspeler. De ballen zijn bij de aanspeelspeler.
Verloop
Er wordt 4 tegen 4 gespeeld. De spelopening vindt altijd via de aanspeelspeler plaats. Het balbezittende team probeert tot een doelpunt te komen, het verdedigende team probeert dit te voorkomen. Bij balverlies van het aanvallende team moet het verdedigende team de bal eerst naar de neutrale aanspeelspeler passen voordat het zelf mag aanvallen. Scoort het aanvallende team, dan blijft het in balbezit.
Tip
- Er ontstaat een voortdurend wisselspel van aanval en verdediging. - Iedere verdediger moet zich aan een aanvaller toewijzen. - Doel voor de verdedigers is om in balbezit te komen of de pasweg af te sluiten. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel vereist. - Vanwege het kleine speelveld in het 16-metergebied is vrijwel elk balbezit verbonden met de mogelijkheid van een schot op doel. - Voor de verdedigers betekent het een permanent actief duelgedrag. - 1 groot-veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
DribbelenPasstraining
Tactiek
Tactiek
Spelersgedrag
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBasisuithoudingsvermogenKrachttraining