17 spelers begeven zich volgens de tekening op de halve speelhelft en stellen aan de achter- en middenlijn elk een doel op. In de doelen gaat telkens een keeper. Het balbezittende team A positioneert telkens een speler (A en E) op de rechter- en linkerbuitenkant, een centrale speler (C) in het midden met de bal en twee spitsen (B en D). Team B positioneert zich 16-20 m voor het eigen doel in een driemansrij op een lijn (onderlinge afstanden 8-12 meter) en twee spelers staan naast het doel. De 5 spelers van team C staan naast het doellijn-doel. Op de zijlijnen worden op hoogte van het midden en in het midden van het speelveld telkens een pion geplaatst, die als middenlijnmarkering moet dienen.
Verloop
Er worden drie 5-tallen gevormd. Team A speelt met alle 5 spelers tegen 3 spelers van team B. Na afronding van de aanval of wanneer team B na balverovering de bal over de middenlijn dribbelt, speelt team B met alle 5 spelers, d.w.z. de twee spelers achter het doel komen erbij, tegen 3 verdedigers van team C. Team A neemt de verdedigingspositie van team B in. Dit gaat nu voortdurend in wisseling zo verder. De verdedigingslinie is een driemansrij, de aanvallers moeten, indien mogelijk, in de 1-2-2 formatie spelen. De driemansrij studeert voortdurend de loopwegen in die ook een viermansverdediging nodig heeft.
Tip
- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het snelle omschakelen van verdediging naar aanval en anderzijds op het trainen van over- resp. ondertalpel. - In de aanval is permanent bewegen, met elkaar praten en snel, precies passspel vereist. Daarbij moet volgens de 1-2-2-formatie een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus het bewegen op een lijn worden vermeden (dieptestaffeling betekent het creëren van aanspeelstations). - De verdedigers ageren altijd in verband en mogen niet te ver van elkaar verwijderd raken. - Doel voor de verdedigers is het ofwel in balbezit komen, of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte naar de zijkant af te dringen en hem door dubbelen de passweg naar het doel/naar de medespeler te blokkeren. - De taak van de balzijdige verdediger is het pressen van de balvoerende speler. De twee andere verdedigers beveiligen de ruimte erachter (verdedigingsdriehoek). - De loopwegen van de spelers zijn naar de bal naar voren en terug resp. naar links en rechts inschuiven. - Door passes in de diepte op de spitsen wordt de verdedigingslinie in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal wordt de verdedigingslinie gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvallende team ruimtes in de diepte krijgt, evenals de mogelijkheid om door een diagonale bal op de vrijgekomen zijde te passen. - De passspelers in de teruggespeelde ruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-25 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - 3 pionnen, 1 groot doel
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
BalcontrolePasstraining
Tactiek
Tactiek
Teamgedrag
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid