Met pionnen wordt een speelveld met 2 doelen volgens de tekening afgebakend. 2 pionnen markeren de middenlijn. Er worden 2 teams (blauw en rood) van telkens 6 spelers gevormd. In de doelen staat telkens een keeper.
Verloop
Er wordt 6 tegen 6 gespeeld, waarbij de teams in de formaties 2-3-1 (blauw team) of een 1-3-2 (rood team) spelen. Afhankelijk van hoe snel de teams van aanval naar verdediging (en omgekeerd) omschakelen, ontstaan voortdurend onder- en overtalsituaties, die door de snelle poging tot doelafronding moeten worden benut. Bij gelijk aantal (6 tegen 6) moet het aanvalsspel zo worden opgezet dat de bal zo lang door de eigen gelederen wordt gecirculeerd totdat er een gat in het verdedigingsverband ontstaat. Het verdedigende team speelt pressing en probeert de tegenstander voortdurend onder druk te zetten.
Tip
- Deze spelvorm vereist een enorm loopvolume en wedstrijdinzicht en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie en een wisselspel tussen beide speelvelden. - De teams moeten permanent in beweging zijn. De spelers proberen zich voortdurend aan te bieden en hun medespelers als aanspelstation ter beschikking te staan. - Er moeten regelmatig driehoeken worden gevormd en de keeper c.q. de buitenbaanspelers als aanspelers worden gebruikt. - Deze spelvorm traint het korte passspel, spelen in kleine ruimtes, duelgedrag en snelle kantwissels alsook tegenaanvallen. - Doel voor de verdedigers is ofwel in balbezit te komen of de balvoerende aanvaller in de doelongevaarlijke ruimte naar de zijkant af te dringen en hem door dubbelen of inrukken de passweg naar het doel/naar de medespeler af te sluiten. - 6 pionnen, 2 groot doel(en)