Opbouw van een speelveld met 2 doelen volgens de afbeelding. Per doel een keeper. Er wordt een team van 7 spelers en een van 3 spelers gevormd.
Verloop
Er wordt 7 tegen 3 gespeeld. Doel van de teams is om doelpunten te scoren. Team rood heeft daarbij vrij spel, team blauw speelt met maximaal twee contacten.
Tip
- Het team zonder balbezit probeert de paswegen en ruimtes slim af te sluiten. - Vastspelen in een kleine ruimte moet vermeden worden. Daarom moeten zijwaartse verplaatsingen en passes in de diepte regelmatig worden gespeeld. - De aanspeelstations moeten proberen een open spelhouding aan te nemen, zodat zij altijd het volgende aanspeelstation in het oog hebben. - Deze spelvorm vereist een enorm loopvermogen en spelinzicht en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie. Bovendien traint het het korte passspel, spelen in kleine ruimtes en snelle zijwaartse verplaatsingen. - Het balbezittende team moet de buitenkanten, het centrum en de halfposities bezet hebben. - Bij balbezit van de buitenspelers moeten deze een dribbel richting doel starten en een tweede medespeler overlappen. Zo ontstaan er voor de balbezitter meerdere opties (dribbelen, pass op de buitenbaan - spits - achterruimte of voorzet resp. schot op doel). - 8 pionnen, 2 groot-veld-doel(en)