← terug naar overzicht
8 tegen 10 + keeper
40 min
Voetbal Oefening

8 tegen 10 + keeper

Organisatie

20 spelers begeven zich volgens de afbeelding op het driekwart speelveld en er worden zowel op de achterlijn als op de tegenoverliggende doeluitlijn elk twee doelen opgebouwd. Er worden een 11-team en een 9-team gevormd. De spelersposities van het 11-team worden als volgt ingedeeld: 2 spelers in de aanval, telkens een speler op de rechter en linker buitenkant, twee middenvelders in de halfposities, daarachter de twee centrale verdedigers en buitenste verdedigers en een keeper. Een van de twee centrale verdedigers heeft de bal. Het 9-team positioneert een keeper, 16-20 m voor het eigen doel de viermansachterhoede in lijnformatie (onderlinge afstanden 8-12 meter) en daarvoor de viermans-middenveldlinie. Ter markering van de middenlijn wordt aan de zijlijnen en in het midden van het speelveld telkens een pion geplaatst. Evenzo ter markering van de doeluitlijn.

Verloop

Het blauwe team speelt tegen het geel-rode team. Na afsluiting van de aanval of wanneer het minderheidsteam na balverovering een snelle tegenstoot maakt of de bal met zeven balcontacten in eigen gelederen houdt, geldt de actie als afgerond. Vervolgens krijgt het meerderheidsteam weer balbezit met hernieuwd aanvalsspel van het 11-team. Het 9-team speelt in de 4-4-formatie. De achterhoede en middenveldlinie is permanent verplicht de loopacties van de viermansrij uit te voeren. De keeper fungeert als een soort libero en organisator. Het 11-team speelt in de 4-4-2-formatie met twee offensieve buitenbaanspelers alsook twee oprukkende buitenste verdedigers en probeert door snelle balcirculatie, zijwaartse verplaatsingen, overlappen, dribbels, voorzetten en door passes in de diepte een doelpunt te maken. De keeper of centrale verdediger start de spelopening.

Tip

- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het instuderen van de loopacties van de viermansachterhoede en middenveldlinie met de vervolgacties 'snel omschakelen van verdediging naar aanval' en balcontrole na balverovering. Anderzijds wordt bij het aanvallende team het uitspelen van meerderheidssituaties, met de nadruk op na balverlies direct pressing uit te oefenen, ingestudeerd. - De loopacties van de spelers in de viermansachterhoede zijn naar de bal toe naar voren en terug resp. naar links en rechts naar binnen schuiven. Vaak schuiven spelers in de voorwaartse beweging naar binnen. Er moet echter een dieptestaffeling van de spelers ontstaan. Dus moet de speler zijwaarts naar achteren lopend naar binnen schuiven. Bovendien moeten de middenvelders altijd de verdedigers dubbelen. - De beide defensieve viertallen opereren altijd in verband en mogen niet te ver van elkaar af raken. - Doel voor de verdedigers is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte aan de zijkant af te dringen en hem door dubbelen of naar binnen schuiven de passweg naar het doel/naar de medespeler af te sluiten. De middenvelder probeert te dubbelen of de passweg af te sluiten. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel vereist. Daarbij moet conform de 4-4-2-formatie een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus bewegen op een lijn worden vermeden (dieptestaffeling betekent het scheppen van aanspeelstations). De buitenbaanspelers moeten de breedte van het speelveld benutten en aan de zijlijn gepositioneerd zijn. - Wordt de aanval via de buitenbaanspelers gevoerd, proberen de spelers uit het halfveld te overlappen of in de achterruimte als passontvangende speler en voorzetter te fungeren. De buitenspeler heeft de optie om te dribbelen, te flanken of de bal door te passen. - Door passes in de diepte (op de spitsen) wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal naar de buitenkant wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De twee halfcentrale middenvelders moeten als aanspeelstation voor de centrale verdedigers, buitenbaanspelers en spitsen dienen en door hun loopacties vormen ze permanent driehoeken en dus spelopties. Is het centrum open, kunnen ze dit met een snelle dribbel richting doel overbruggen. Mocht de viermansachterhoede te ver zijn opgeschoven of grote tussenafstanden vertonen, spelen ze de pass in de diepte. - De passspelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-30 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - De spelers in de viermansachterhoede hebben de optie het spel door diagonale ballen te verplaatsen. - 5 pionnen, 2 groot veld-doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Passtraining

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Ondertal / overtal

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
40 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
2 keepers
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld
Trainingslocatie
Veld Zaal