8 tegen 8 + 2 aanvallers/verdedigers met keepers over het hele speelveld
Organisatie
Op de doellijnen wordt telkens een doel opgebouwd. Er worden twee teams van 10 gevormd. In de doelen staat telkens een keeper.
Verloop
Er wordt 10 tegen 10 gespeeld, waarbij zich in een speelveldhelft maximaal 16 spelers tegelijkertijd mogen bevinden. Afhankelijk van hoe snel de teams van aanval naar verdediging (en omgekeerd) omschakelen, ontstaan er voortdurend onder- en overtalsituaties, die door snel te proberen tot een doelpoging te komen benut moeten worden. Bij gelijke aantallen (8 tegen 8) moet het aanvalsspel zo worden opgezet dat de bal zo lang door de eigen gelederen wordt gecirculeerd totdat er een opening in het verdedigingsverband ontstaat. Na 8 balcontacten in eigen gelederen mag de bal lang en snel naar de spits worden gespeeld. De twee spitsen mogen direct afronden of houden de bal vast totdat de medespelers oprukken en eventueel een overtalsituatie ontstaat. Alternatief - Snelle counter: Komt een team in balbezit, mag er direct een lange bal op de spitsen in de andere speelhelft worden gespeeld. Wordt deze optie van de directe pass niet benut, gaat het spel zoals hierboven beschreven verder.
Tip
- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op de balcontrole met de opties van het 'snel omschakelen van verdediging naar aanval'. Anderzijds traint deze spelvorm het vrijlopen en aanvallen van het balbezittende team. - De teams moeten permanent in beweging zijn. De spelers proberen zich voortdurend aan te bieden en als aanspeelstation voor hun medespelers beschikbaar te zijn. - Vastspelen in een kleine ruimte moet vermeden worden. Daarom moeten zijwaartse verplaatsingen en passes in de diepte regelmatig worden gespeeld. - Deze spelvorm vereist een enorm loopvermogen en spelinzicht en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie en een wisselspel tussen beide speelhelften. - 2 groot-veld-doel(en)