8 tegen 8 + keeper in afwisseling met drie 8-teams
Organisatie
16 veldspelers begeven zich volgens de afbeelding in de bovenste speelveldhelft en plaatsen aan beide achterlijnen elk een doel. Het balbezittende blauwe 8-team positioneert twee spelers in de aanval, telkens een speler op de rechter en linker buitenkant, twee middenvelders in het halfveld en twee centrale verdedigers/aanspeelspelers aan de middenlijn. Het geel-rode, verdedigende 8-team positioneert zich 20 m voor het eigen doel in een viermansachterhoede op lijn (onderlinge afstanden 8-12 meter) en daarvoor de viermans-middenveldlinie. Het rood-witte team positioneert zich 20-25 m voor het eigen doel in de 4-4 formatie op lijn (onderlinge afstanden 8-12 meter). Twee grijze aanspeelspelers staan aan de middenlijn. In beide doelen staat telkens een keeper.
Verloop
Er worden drie 8-teams gevormd. Het blauwe team speelt tegen het geel-rode team. Na afsluiting van de aanval of wanneer het verdedigende team balverovering heeft en naar een van de twee grijze aanspeelspelers aan de middenlijn past, wordt het geel-rode team in de richting van het tegenoverliggende doel het aanvallende team, neemt de 2-4-2 formatie in en speelt tegen het rood-witte team. Na afsluiting van deze spelsituatie speelt het rood-witte team in de richting van het tegenoverliggende doel tegen het blauwe team, dat zich daar in de 4-4 formatie heeft opgebouwd. De achterhoede en middenveldlinie is permanent verplicht de loopacties van de viermansrij uit te voeren. De keeper fungeert als een soort libero en organisator. Het team in de 2-4-2-formatie probeert door snelle balcirculatie, zijwaartse verplaatsingen, overlappen, dribbels, voorzetten en door passes in de diepte een doelpunt te maken. De buitenspelregel geldt. Deze spelvorm vindt constant in afwisseling (aanvals- en verdedigingsspel in afwisseling) plaats.
Tip
De focus van deze spelvorm ligt op het instuderen van de defensieve loopacties, op het trainen van het offensieve spel tegen twee viertallen en op het snel omschakelen van verdediging naar aanval. - In de aanval is permanent bewegen, met elkaar praten en snel, precies passspel vereist. Daarbij moet conform de 2-4-2-formatie een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus bewegen op een lijn worden vermeden (dieptestaffeling betekent scheppen van aanspeelstations). - De achterhoede- en middenveldspelers opereren altijd in verband en mogen niet te ver van elkaar af raken. - Doel voor de verdedigers is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte aan de zijkant af te dringen en hem door dubbelen de passweg naar het doel/naar de medespeler af te sluiten. - De opdracht van de balnabije verdediger is om op de balvoerende speler te pressen. De twee andere defensieve spelers dekken de achterruimte af (verdedigingsdriehoek). - Door passes in de diepte op de spitsen wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De passspelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 25-30 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - 2 groot veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Passtraining
Tactiek
Tactiek
Teamgedrag
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid