← terug naar overzicht
8 tegen 8 + keeper in een speelhelft op 2 grote doelen
30 min
Voetbal Oefening

8 tegen 8 + keeper in een speelhelft op 2 grote doelen

Organisatie

In een speelveldhelft wordt met pionnen een midde - en doellijn afgebakend. Op de doel- en op de middenlijn wordt telkens een doel opgebouwd. Er worden twee teams van 8 gevormd. In de doelen staat telkens een keeper.

Verloop

De beide teams spelen tegen elkaar. Er wordt met buitenspel en vrij aantal balcontacten gespeeld. Het doel van het balbezittende team is om tot een doelpoging te komen. Het andere team probeert door forechecking de spelopbouw vroegtijdig te verstoren en bij gelegenheid al in de doelgevaarlijke zone in balbezit en tot een doelpoging te komen.

Tip

- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het instuderen van de looplijnen bij pressing met de vervolgacties 'snel omschakelen van verdediging naar aanval' en balcontrole na balverovering. Anderzijds wordt bij het balbezittende team het vrijlopen met als doel een doelpunt te maken ingestudeerd. - Doel voor de verdedigers is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte naar de zijkant te verdringen en hem door dubbelen of inschuiven de pasweg naar het doel/naar de medespeler af te snijden. De middenvelder probeert te dubbelen of de pasweg af te sluiten. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel vereist. Daarbij moet er conform de 2-4-2-formatie (variabel 4-3-1 etc.) een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus bewegen op een lijn vermeden worden (dieptestaffeling betekent het creëren van aanspeelstations). De buitenspelers moeten de breedte van het speelveld benutten en aan de zijlijn gepositioneerd zijn. - Wordt de aanval via de buitenspelers opgezet, dan proberen de spelers vanuit de halfruimte te overlappen of in de achterruimte als passontvangers en flankengevers op te treden. De buitenspeler heeft de optie om te gaan dribbelen, te flanken of de bal door te passen. - Door passes in de diepte (op de spitsen) wordt de verdedigingslinie in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal naar de buitenkanten wordt de verdedigingslinie gedwongen om voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dat leidt ertoe dat het aanvallende team ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid om door een diagonale bal op de vrijgekomen kant te passen. - Er moeten steeds weer driehoeken worden gevormd om aanspeelstations te bieden. - De teams moeten permanent in beweging zijn. De spelers proberen zich voortdurend aan te bieden en als aanspeelstation voor hun medespelers beschikbaar te zijn. - Vastspelen in een kleine ruimte moet vermeden worden. Daarom moeten zijwaartse verplaatsingen en passes in de diepte regelmatig worden gespeeld. - Deze spelvorm vereist een enorm loopvermogen en spelinzicht en wordt gekenmerkt door voortdurende communicatie en een wisselspel tussen beide speelhelften. - 5 pionnen, 2 groot-veld-doel(en)

Trainingsattributen

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Spelersgedrag Spelverplaatsing Aanvalspatronen

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
30 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld
Ruimtegebruik
Half veld
Trainingslocatie
Veld Zaal