← terug naar overzicht
Aanval tegen verdediging op een doel
25 min
Voetbal Oefening

Aanval tegen verdediging op een doel

Organisatie

Er worden 2 teams van 7 spelers gevormd. Er is een extra aanspeelspeler en een doel met keeper. De speelveldgrootte komt overeen met een speelveldhelft.

Verloop

Het spel wordt door de aanspeelspeler geopend met een pass naar het aanvallende team (blauw). Team blauw heeft nu de mogelijkheid om tot een doelpoging te komen. Verovert team rood de bal, dan moet het proberen de bal naar de aanspeelspeler te passen. Lukt dit, dan wisselt het aanvalsrecht en start team rood de volgende aanval. Alternatief: Team blauw heeft 3 minuten de tijd om doelpunten te maken. Verovert team rood de bal, dan moet het proberen de bal naar de aanspeelspeler te passen. Aansluitend start team blauw een nieuwe aanvalspoging. Na een doelpunt begint het eveneens bij de aanspeelspeler opnieuw. Na de 3 minuten wisselen de teams van positie en valt team rood aan en verdedigt blauw. Tijdens het spel gelden de normale spelregels met ingooi, hoekschop, vrije trap etc.

Tip

- Er ontstaat een voortdurend wisselspel van aanval en verdediging. - Beide teams moeten vooraf een verdedigende en aanvallende opstelling hebben vastgelegd. - Doel voor de verdedigers is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte naar de zijkant te verdringen en hem door dubbelen of inschuiven de pasweg naar het doel/naar de medespeler af te snijden. De middenvelder probeert te dubbelen of de pasweg af te sluiten. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel vereist. Daarbij moet een dieptestaffeling van de spelers gewaarborgd zijn en dus bewegen op een lijn vermeden worden (dieptestaffeling betekent het creëren van aanspeelstations). De buitenspelers moeten de breedte van het speelveld benutten en aan de zijlijn gepositioneerd zijn. - Wordt de aanval via de buitenspelers opgezet, dan proberen de spelers vanuit de halfruimte te overlappen of in de achterruimte als passontvangers en flankengevers op te treden. De buitenspeler heeft de optie om te gaan dribbelen, te flanken, de bal door te passen of op het doel te schieten. - 1 groot-veld-doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Passtraining

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Spelverplaatsing Aanvalspatronen

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
25 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
1 keeper
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Makkelijk Gemiddeld Moeilijk
Trainingslocatie
Veld Zaal