← terug naar overzicht
Aanvals-/buitenspelvarianten I
30 min
Voetbal Oefening

Aanvals-/buitenspelvarianten I

Organisatie

Er worden 2 teams gevormd, een 10-tal (rood) en een 5-tal (blauw). In de doelen bevindt zich telkens een keeper.

Verloop

Het 10-tal speelt in de 4-4-2 formatie tegen het 5-tal, dat in de 4-1 formatie is opgesteld. Eerst worden de hierna beschreven speelpatronen ingestudeerd. Team rood heeft de bal, team blauw speelt passief (alleen de loopwegen worden gemaakt zonder duels). Speelpatroon 1: Speler C speelt diagonaal achter de viermansdefensie in de loop van A, die op het doel afloopt en ofwel zelf de afronding zoekt of de bal aflegt op een van zijn medespelers. Speelpatroon 2: Speler B loopt in tempodribbling op het vijandelijke doel af. De loopwegen van zijn medespelers I, J, G en F zijn zo dat ze a) de tegenstanders uit het centrum wegtrekken of b) zo worden vormgegeven dat ze B als dubbele-passoptie ter beschikking staan om de viermansdefensie te overwinnen. Speelpatroon 3: Speler C passt naar G, die een dubbele pass speelt met J en vervolgens richting doel dribbelt en de afronding zoekt. Zijn de loop- en passwegen ingestudeerd, dan mag team blauw volledig actief (met duels en eigen doelpoging) spelen. Het fundamentele doel van beide teams is doelpunten maken c.q. het doelsucces van het andere team verhinderen.

Tip

- Het blauwe verdedigende team schuift bij spelopbouw altijd richting balvoerende speler op, speelt op buitenspel en zet de balvoerder onder druk. - De spitsen I + J starten een tegenbeweging en bieden de spelers B, C of G een speeloptie. - De buitenste middenvelders E + H bewegen zich richting middenlijn om niet in de buitenspelzone te komen en worden door de buitenverdedigers A + D achtergelopen. - Erop letten dat de ingestudeerde bewegingspatronen tot een snelle, vloeiende totaalbeweging leiden. - Steeds weer nauwkeurigheid en tempo eisen (de langzame uitvoering leidt op den duur niet tot wedstrijdgericht succes). - De diagonale ballen moeten als binnenkantschot worden gespeeld en vereisen scherpte en precisie. - 2 groot doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balaan- en -meename Dribbelen Schijnbewegingen/trucs Passtraining

Tactiek

Tactiek
Vleugelspel/voorzetten Teamgedrag Spelopbouw Spelersgedrag Aanvalspatronen

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
30 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
2 keepers
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld Moeilijk
Trainingslocatie
Veld Zaal