De keeperstrainer/veldspeler positioneert zich met bal op ongeveer 16-22 m afstand voor het doel. De keeper staat in het doel.
Verloop
De keeperstrainer/veldspeler dribbelt op de keeper af en probeert hem uit te spelen. De keeper moet proberen door slim verdedigen van het doel dit te voorkomen en de bal te veroveren.
Tip
- De keeperstrainer/veldspeler moet zo vaak mogelijk zijn dribble en tempo variëren. Daarbij hoort dat hij met wisselende snelheid dribbelt en verschillende finten zoals overstappen, schotfinte enz. toepast. Taken van de keeper: - Zo lang mogelijk rechtop blijven staan, armen spreiden en voeten op schouderbreedte plaatsen. - Door snel eruit lopen de hoek voor de keeperstrainer verkleinen. 2-3 meter voor de trainer/speler het tempo vertragen of stilstaan en losjes op de voetballen bewegen. - De benen niet te ver gespreid. - Doel is de trainer/speler naar buiten af te dringen of de bal te veroveren op het moment dat deze te ver van de voet van de trainer wegspringt. - 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsSchottraining
Tactiek
Tactiek
Spelersgedrag
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining