Bal omhoog spelen en met de binnenkant de bal naar achteren afhaken en korte sprint met bal aan de voet
Organisatie
Elke speler heeft een bal. Opbouw van een pionnenvierkant of vrij in de ruimte.
Verloop
De speler jongleert kort de bal en past deze met de wreef de lucht in. Kort voordat hij de grond raakt, speelt hij hem met de binnenkant naar achteren. Hij draait zich in een snelle, dynamische beweging in de tegenovergestelde richting en neemt de bal met de binne - of buitenkant, in een explosieve versnelling mee, en dribbelt enkele meters in het hoogste tempo. 1 - Bal jongleren 2 - Bal valt naar beneden, licht naar links draaien en enkelgewricht naar binnen klappen 3 - Bal met de rechterbinnenkant naar achteren spelen (afhaken) 4 - Bal na 90 graden linksdraai met de linkervoet meenemen
Tip
- Enorm hoge coördinatieve vereisten. - Speler moet op de voetballen de sprint starten. - De benen mogen niet te ver uit elkaar staan. - Aanvankelijk staat men bij de pasopening recht. Wordt met rechts omhoog gepast, dan gaat het linkerstandbeen vervolgens licht zijwaarts naar links en het rechterbeen wordt naar links binnenwaarts gedraaid. Nu wordt het enkelgewricht in een hoek van 45 graden gebracht. - De grootste moeilijkheid is zo snel te reageren dat men het speelbeen achter de bal krijgt, nog voordat deze de grond raakt. - 4 pionnen of meer
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchottraining