Elke speler heeft een bal. Opbouw van een pionnenvierkant of vrij in de ruimte.
Verloop
De speler staat rechtop, de voeten hebben een afstand van ca. 10 centimeter van elkaar. Hij spreidt de voeten licht uit elkaar (de hielen staan dicht bij elkaar). De bal ligt tussen de voeten. Nu brengt hij de voeten met een ruk samen (de voeten schuiven onder de bal). Door het snel samenvoegen van de voeten krijgt de bal een impuls naar boven en wordt de lucht in gebracht.
Tip
- De bal moet dicht bij het lichaam blijven, zodat hij direct na het opnemen verder verwerkt kan worden (bijv. jongleren). - De blik gaat naar de bal, het bovenlichaam is daarom licht naar voren gebogen. - De tenen zijn omhoog getrokken. - 4 pionnen