Verloop
De trainer laat de groep zich 2 minuten vrij bewegen en geeft dan oefeningen op: 1. Dribbelen met de binnenkant voet, buitenkant voet en de wreef. 2. Draai met bal om de eigen as. 3. Finten (overstap, uitvalspas, schijnschot, pirouette, American Fake, bal met de zool terugtrekken, Ronaldo-truc I + II) De reeds geleerde technieken worden nu met een obstakel (pion imiteert de tegenstander) ingestudeerd: 1. Groep voor de trainer plaatsen 2. Uitleggen en langzaam de bewegingen voordoen. Eerst frontaal voor de groep, dan van achteren (makkelijker voornkinderen om na te doen) 3. De kinderen de oefening staand laten nadoen 4. De kinderen de oefening in langzame uitvoering laten nadoen 5. De snelheid gestaag opvoeren tot de maximale uitvoeringssnelheid 6. De pion imiteert de tegenstander. Nu heeft de speler een starttiming nodig (wanneer start ik de finte - ca. 2 meter voor de pion) - Finten en balgeleidingstechnieken - In principe geldt: finten zijn lichaamsschijnbewegingen. Dus moet op het bewegingsverloop van het bovenlichaam worden gelet. Oefeningen altijd tweevoetig laten uitvoeren. Veel contacten aan de bal, bal altijd controleren, dicht bij de voet houden, zodat de tegenstander niet bij de bal kan. Doel is de tegenstander uit te spelen en af te schudden. Daarom belangrijk: tempo verhogen na de finte-uitvoering (korte sprint over ca. 2 meter). Rustig eerst langzaam beginnen, in het oefenverloop dan steeds sneller worden. Om finten in te prenten geldt: voortdurend corrigeren, voordoen en praten. Onmisbaar voor het aanleren van nieuwe finten en balgeleidingstechnieken is een hoog aantal herhalingen met veel balcontacten. De trainer geeft de betreffende balgeleidingstechniek/finte op. De spelers lopen daarop een vrije pion aan. Nu moet de speler naast de starttiming ook zijn speloverzicht trainen en erop letten dat niet twee spelers dezelfde pion aanlopen of hij met een medespeler botst.