Balmeename door bal met de voetzool en binnenkant voet naar achteren trekken
Verloop
De trainer speelt een pass. De speler staat met de rug naar de tegenstander of het doel en trekt de bal met de rechterbinnenkant van het doel weg. Daarbij draait hij zich naar de linkerschouder en komt in een open, frontale opstelling richting doel. Techniek-bewegingssequentie: 1 - Balmeename rechter binnenkant 2 - 180 graden draai en meename van de bal met de rechter binnenkant 3 - Open opstelling, evt. dribble
Tip
Uitvoeringstechniek en lichaamshouding: bal met de binnenkant voet naar achteren trekken met richtingsverandering - Bij het terugtrekken van de bal staat het standbeen (links) op hoogte van de bal. - Het voetgewricht voor het afhaken met de binnenkant moet opengeklapt zijn en de tenen wijzen richting de grond. - Het voetgewricht wordt 90 graden naar buiten gedraaid. - Het standbeen beweegt eveneens naar de zijkant. - De voet dekt de bal af, zodat de tegenstander hem niet kan spelen. - Bij uitvoering volgt een 180 graden draai met de optie in een afsluitende dribble in de tegenovergestelde looprichting.