De speler loopt de pass van de trainer tegemoet en neemt hem met de rechterbuitenkant mee, draait 180 graden en start een dribble.
Tip
Uitvoeringstechniek en lichaamshouding: - Bij de balaa - en meename met de buitenkant wordt het voetgewricht naar binnen opengeklapt. Het onderbeen is in het kniegewricht eveneens naar binnen gebogen, zodat de voetbeweging van boven naar beneden en van links naar rechts richting bal kan plaatsvinden. Het trefvlak van de bal is de complete voetbuitenkant. - Het bovenlichaam is licht naar voren, naar de zijkant, over de bal geneigd.