Verloop
Om de spelers een nieuwe bewegingsvolgorde of een nieuwe techniek bij te brengen, is het volgende verloop zinvol: 1. Groep voor de trainer plaatsen 2. Uitleggen en langzaam de bewegingen voordoen. Eerst frontaal voor de groep, dan van achteren (makkelijker voornkinderen om na te doen) 3. De kinderen de oefening staand laten nadoen 4. De kinderen de oefening in langzame uitvoering laten nadoen 5. De snelheid gestaag opvoeren tot maximale uitvoeringssnelheid - Finten, balgeleidingstechnieken en techniek drills - In principe geldt: finten zijn lichaamsschijnbewegingen. Dus moet op het bewegingsverloop van het bovenlichaam worden gelet. Oefeningen altijd tweevoetig laten uitvoeren. Veel contacten aan de bal, bal altijd controleren, dicht bij de voet houden, zodat de tegenstander niet bij de bal kan. Aanwijzingen: Doel is de tegenstander uit te spelen en af te schudden, daarom belangrijk: tempo verhogen na de finte-uitvoering (korte sprint over ca. 2 meter)!!! Rustig eerst langzaam beginnen, in het oefenverloop dan steeds sneller worden. Om finten in te prenten geldt: voortdurend corrigeren, voordoen en praten. Onmisbaar voor het aanleren van nieuwe finten en balgeleidingstechnieken is een hoog aantal herhalingen met veel balcontacten. Finten: Aan de afzonderlijke finten kunnen later nummers worden toegekend. Finte X krijgt bijv. het nummer 1, finte Y het nummer 2 enz. Door het roepen van de nummers worden de spelers nu uitgedaagd na te denken voordat het tot de eigenlijke finte-uitvoering komt. Dit verhoogt de concentratie, de communicatie (spelers moeten elkaar de juiste finte toeroepen) en niet in de laatste plaats de spelintelligentie. De finten kunnen door de nummertoewijzing nu ook willekeurig met elkaar worden gecombineerd: 12 (eerst 1, dan 2), 21 (eerst 2, dan 1), 11 (2x finte 1), 323 (eerst finte 3, dan 2, dan nog eens 3) enz.). Balgeleidingstechnieken: Bij de balgeleidingstechnieken kan af en toe eveneens een toewijzing plaatsvinden, in dit geval zinvollerwijze door letters (zo laten deze zich later beter met de finten combineren). Voorbeeld: a) Richtingsverandering tijdens het dribbelen met de rechter binnenkant voet (max. 3 balcontacten). b) ...met de linker binnenkant voet c) ...met de rechter buitenkant voet d) ...met de linker buitenkant voet Daaruit ontstaan onder andere de volgende combinatiemogelijkheden met de finten: 1a) Uitvoering finte 1 met aansluitende richtingsverandering door afhaken met de rechter binnenkant voet 12c) Uitvoering finte 1, uitvoering finte 2 met aansluitende richtingsverandering door afhaken met de rechter buitenkant voet.nenz. - Jongleren - De bal mag bij het jongleren niet draaien (opschrift altijd leesbaar): daarvoor is het raadzaam de voet te strekken. De tenen niet naar het bovenlichaam trekken, de voetzool is parallel aan de grond. Beide voeten gebruiken! (Motivering: "Die zijn even groot!"). Doelen opgeven. Bij doelbereiking nieuwe doelen benoemen: (Als 10 gelukt, dan 12 enz.). Is het niveau van de groep laag, dan kan de introductie van de jongliertechniek als volgt worden opgezet: 1. De bal mag in het begin in de hand worden genomen. Het verloop is dan als volgt: bal uit de hand op de rechter voet laten vallen, vangen. Bal uit de hand op linker voet, vangen. Enz. 2. Zonder hand. De bal mag nu eenmaal op de grond opspringen. Verloop: rechter voet, op grond laten opspringen, linker voet, op grond laten opspringen, rechter voet enz. 3. Zonder opspringen. 4. Opbouwmogelijkheden: (a) linker/rechter voet, linker/rechter knie (b) voet/hoofd/knie (c) voet/knie/schouder/hoofd/schouder/knie/voet