Opbouw van een rechthoek met een net (hoogte ca. 1,5m) in het midden (als alternatief kan ook een pioncorridor van 3 meter breedte het net vervangen). Per veld 3 spelers.
Verloop
De opslag gebeurt volley uit de hand of als drop-kick. De bal mag in principe slechts eenmaal in elke helft opspringen. Elk team heeft in totaal drie balcontacten (met het derde contact moet de bal naar de andere kant gespeeld worden). Na elk contact moet de speler wisselen. Punten worden gegeven na elke gewonnen/verloren balwisseling. Het opslagrecht is altijd bij het team dat de balwisseling gewonnen heeft. Na elke opslagwissel wisselt ook de opslager van het betreffende team. Een set gaat doorgaans tot 21. Het aantal winstsets kan door de trainer worden bepaald, gebruikelijk zijn 2 of 3 winstsets. De setwinnaars moeten minstens 2 punten voorsprong hebben. D.w.z. bij een stand van 21:20 moet tot 22 doorgespeeld worden enz.
Tip
- Het aantal teamleden kan variëren tussen 1 tot 4 spelers. 2 tegen 2 en 3 tegen 3 is het meest geschikt, omdat de spelers voldoende contacten hebben. - De spelsituatie 1 tegen 1 kan zeer intensief zijn. De speler traint zeer sterk de verfijning van zijn techniek, coördinatie en balgevoel. - Het aantal contacten kan naar keuze van de trainer variëren. - Tip: Als het voor de speler mogelijk is de bal direct uit de lucht aan te nemen, moet hij dit doen. Vervolgens kan hij de bal op de grond laten stuiteren en in alle rust naar het andere veld passen. - Uiteraard mag de speler, behalve hands, met alle lichaamsdelen de bal verwerken. Het mag echter niet uitdraaien op puur kopbalspel, maar de nadruk moet op de beentechniek liggen. - 4 pionnen of meer, 1 voetbaltennisnet
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleKopbaltrainingPasstrainingSchottraining