Balvoeringstechnieken met diverse tempowisselingen
Organisatie
Het 16-metergebied dient als vierkant en veldbegrenzing waarin elke speler een bal heeft.
Verloop
De spelers bewegen zich eerst vrij in het 16-metergebied. Aansluitend worden op aanwijzing van de trainer de volgende balvoeringstechnieken toegepast: A - Binnenkant B - Buitenkant C - Wreef D - Voetzool In de derde stap wordt in drie tempobereiken gedribbeld: 1. Langzaam draven met bal 2. Steigeringsloop met bal 3. Sprint met bal 4. Achterwaartse loop met bal In de laatste stap combineert de trainer nummers met letters, zodat de spelers op zijn verbale commando's de betreffende combinatie uitvoeren (1 A - D, 2 A - D, 3 A -D, 4 A - D): 1 C - Draven met de wreef 2 A - Stijging met binnenkant 3 B - Sprint met de buitenkant 4 D - Bal in achterwaartse loop met de voetzool voeren
Tip
- Hoge concentratie vereist. - Steeds weer nauwkeurigheid en tempo eisen. - De afzonderlijke oefeningen voordoen aan de groep. Aansluitend de spelers het geziene laten nadoen, dan naar de foutcorrectie gaan respectievelijk de detailgegevens van de betreffende techniek uitleggen. - Belangrijk is dat het juiste en begrijpelijke uitleggen niet mag leiden tot een informatie-overbelasting. - Spelers moeten leren te observeren en het geobserveerde toe te passen. Vergelijkbaar met de wedstrijd. Ook daar kan de trainer niet altijd voorschrijven hoe op de betreffende situatie gereageerd moet worden. Later vervangt de letter- of cijfermededeling het observatievermogen. - Bij goede groepen kan ook een stresssituatie worden geïmiteerd, doordat de trainer door verbale uitingen de druk op de spelers verhoogt. - 4 pionnen of meer
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchottraining