De oefening wordt op een speelveldhelft op een doel getraind. De linker middenvelder E wordt voor het ingooien aan de zijlijn geplaatst. Bij hem zijn de ballen. De twee spitsen worden in het strafschopgebied tussen 5-metergebied en strafschoppunt op gelijke hoogte gepositioneerd. De rechter centrale verdediger C staat centraal en iets naar achteren verschoven tussen de beide spitsen. De linker centrale verdediger B en de halfrechtse middenvelder G worden op de hoogte van de strafschopgebiedgrens, iets links van de halve cirkel van het strafschopgebied geplaatst. De rechter buitenste middenvelder H wordt in de centrale achterruimte en speler F tussen de beide, op hoogte van de middenlijn staande buitenverdedigers A en D, geplaatst. Speler-/positielegenda: Basisopstelling TW = Keeper A = linker buitenverdediger B = linker centrale verdediger C = rechter centrale verdediger D = rechter buitenverdediger E = linker buitenste middenvelder F = halflinkse middenvelder G = halfrechtse middenvelder H = rechter buitenste middenvelder I = linker spits J = rechter spits
Verloop
Zodra E voor de inworp uithaalt, lopen de spelers naar de door de loopweg-markeringen aangegeven posities. De spitsen J en I kruisen. J loopt richting 1e paal, I richting 2e paal. Speler C loopt om de inworp te verlengen richting inwerper E. De centrale verdediger B loopt naar het midden van het 5-metergebied en speler G richting 2e paal. Hij oriënteert zich daarbij ook op speler I, aan wie hij de doelnaaste ruimte overlaat. Speler H blijft in de achterruimte en beveiligt deze respectievelijk benut de inworp als directe afname respectievelijk benut eventuele afvallers en afleveringen uit het strafschopgebied. De beide buitenverdedigers A en D evenals de middenvelder F blijven achter en letten op de counter.