Afwisselend het linkerbeen omhoog trekken en het rechterbeen doorstrekken. Het bovenlichaam is rechtop. 1 - linkerbeen optrekken 2 - rechterbeen doorduwen - steeds in afwisseling -
Tip
- Handpalmen zijn open, geen vuisten maken. - De langs het lichaam gebogen armen bewegen afwisselend met de benen mee. Niet van het lichaam af. - Zoveel mogelijk diagonaal (linkerarm/rechtervoet en omgekeerd) - Snelle, korte bewegingen.
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid