De keeper legt zich voor het doel op de grond. De keeperstrainer (KT) neemt op hoogte van de strafschopstip zijn positie in.
Verloop
De keeper ligt op zijn buik met het gezicht naar de grond. De KT geeft een roepteken, waarop de keeper zo snel mogelijk reageert en naar de bal springt. Intensiteit: 6-10 schoten.
Tip
- Bij het opstaan kort een hand gebruiken om af te duwen, de andere hand is reactieklaar. Als hij bij het opstaan voor het rechter been kiest, staat hij eerst met het rechter been op en duwt zich dan met links af. Ligt hij met het bovenlichaam zijwaarts naar links, dan steunt hij zich met beide armen naar voren op, staat eerst met het rechter been op en duwt zich dan met links af. - Voet/voetpunt wijst in de balrichting, niet naar voren. - De keeper springt met een zwaaisstap naar de zijkant. Naar rechts door via de rechtervoet vaart te nemen en zich via de voorvoeten zijwaarts af te zetten. Naar links door via de linkervoet vaart te nemen. - Bij deze bewegingsafloop wijzen de handen en het gezicht in de richting van de schutter. Als basisregel geldt de bal vast te houden. - 1 groot-veld-doel(en)
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid