Opbouw van een pionnenrechthoek met twee doelen. Daartussen worden twee dribbelparcoursen met elk zes pionnen aan beide zijden opgebouwd. In de doelen gaat telkens een keeper en naast het doel telkens twee spelers.
Verloop
Voordat de blauwe speler begint te dribbelen, krijgt hij van de keeper de bal toegeworpen en moet de bal uit de beweging in tempo met een balcontact meenemen. Vervolgens dribbelt de blauwe speler met de buitenkant om de eerste drie pionnen (1). Dan volgt een dribbel met de binnenkant (2) en daarna een sprintdribbel met de wreef (3). Tijdens het dribbelen haakt de speler af (4) en maakt vervolgens een fint (5). Tot slot volgt de doelpoging (6). De rode spelers doen dezelfde oefening op het andere doel.
Tip
- De bal moet met een balcontact in de loop worden meegenomen. - Het bovenlichaam is aan het begin van de dribbel licht naar voren gebogen. - De blik moet regelmatig van de bal worden losgemaakt (wisselende blik richting bal en naar voren). - Tempo hoog houden. - Zo veel mogelijk balcontacten. - De benen zijn tijdens de uitvoering in de knie licht gebogen. - Strakke balleiding (bal mag de voet niet verder dan 50 cm verlaten). - Bij het wreef-dribbelen moet het enkelgewricht opengeklapt zijn. - Bij de fint erop letten dat een lichaamsschijnbeweging wordt gemaakt. - Bij het doelschot precies en scherp in de hoeken schieten. - 16 pionnen, 2 groot veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsSchottraining
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid