De keeperstrainer positioneert zich 14-20 m voor het doel. In het strafschopgebied worden meerdere pionnen (bij voorkeur ronde pionnen) opgesteld. De keeper staat in het doel, de ballen bevinden zich bij de keeperstrainer.
Verloop
De keeperstrainer schiet lage ballen op het doel. Afhankelijk van of de bal een of meerdere pionnen raakt, verandert de vliegbaan van de bal. De keeper probeert de op het doel komende ballen te houden.
Tip
- De keeper moet de vliegbaan van de bal zeer kort van tevoren anticiperen. Daardoor wordt zijn reactiesnelheid getraind. - De keeper moet de ballen bij voorkeur vasthouden. Lukt dit niet, dan moet hij de ballen naar de zijkant afweren. - Kort voor het balcontact door de trainer maakt de keeper een kleine tweevoetige tussensprong of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts, buigt licht in de kniegewrichten en staat op de voetballen. De voeten wijzen in de richting van de trainer en staan ongeveer op heupbreedte, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - Zeer belangrijk hierbij is de juiste voetbaltechniek, om zich kort en stevig van de grond te kunnen afduwen. - 20 pionnen, 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balcontrole
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid