Tip
- Doel is om de waarneming, anticipatie, reactie te trainen en snelle, explosieve bewegingen en aanzetten, gecombineerd met spelgerichte technieken (kopbal, pass, doelschot), te bevorderen. - Bij het doelschot op passscherpte en -nauwkeurigheid letten. - Handpalmen zijn open, geen vuisten maken. - Losjes, licht optreden, geen stampen of trappen maar lichtvoetigheid. - Snelle, korte bewegingen. - Korte grondcontacttijd. - Bij de sprint wordt in stappositie op de voetballen gestart. Aan het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het lichaamszwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de stapfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voetballen), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de stapfrequentie stijgt tot het maximum. - 4 ring(en), 4 pionnen, 6 horde(n), 2 groot velddoel(en)