← terug naar overzicht
Doeltrap/Uittrap
45 min
Voetbal Oefening

Doeltrap/Uittrap

Organisatie

In elk doel gaat een keeper. De ballen worden over de doelen verdeeld.

Verloop

De keepers spelen elkaar per doeltrap/uittrap vanuit de beweging of worp de ballen toe. 1: Doeltrap 2: Uittrap 3: Worp

Tip

Toepassing van de uittraptechnieken dropkick, volley vanuit frontale of zijwaartse schothouding bij stilliggende ballen, na een pas vanuit de beweging of na een worp. Schot-/werptechnieken: - Het standbeen moet 30-40 cm zijwaarts en op hoogte van de bal worden geplaatst. - Het bovenlichaam is licht over de bal gebogen. - De voet wordt van boven naar beneden gezwaaid. - De arm-voetcoördinatie bij het schot/de pas wordt gekenmerkt door: a) Uithaalbeweging met het rechterbeen: Rechterarm gaat terug, linkerarm naar voren. b) Uithaalbeweging met het linkerbeen: Linkerarm gaat terug, rechterarm naar voren. - Uittraptechniek wreefschot (volle wreef): De voetpunt wijst naar beneden, het voetgewricht is aangespannen en het bovenlichaam licht over de bal gebogen. Trefvlak is het achterste deel van de voetrug. Om een grotere lengte van de bal te bereiken is een lichte rugligging toegestaan. - Binnenkantschot: De bal wordt deels met de binnenkant en deels met de volle wreef gespeeld. Het standbeen is zijwaarts naast de bal gepositioneerd en het bovenlichaam van de speler gaat in een schuine ligging. De tenen wijzen naar beneden, vergelijkbaar met de voethouding bij het wreefschot. - Uittrap-techniek dropkick: Bij de dropkick wordt de bal met de wreef precies op het moment geraakt waarop de bal de grond raakt. - Bij de uittrap-techniek frontale volley is het bovenlichaam licht naar voren gebogen. De bal wordt uit beide handen licht naar voren gegooid en op een laag punt (niet te hoog) geraakt. De bal krijgt zo een sterke druk en een hoge nauwkeurigheid. Het trefvlak is de volle wreef. Om een grotere uittrapreikwijdte te bereiken is het zinvol het bovenlichaam op te richten of licht naar achteren te buigen. - Bij de uittrap-techniek zijwaartse schaarbeweging is het standbeen zijwaarts naast de bal gepositioneerd en het bovenlichaam van de speler gaat in een schuine ligging. De tenen wijzen naar beneden, vergelijkbaar met de voethouding bij het wreefschot. Het trefvlak is de volle wreef, het schotbeen is schuin gebogen en de bal wordt licht met de hand naar het schotbeen gevoerd of gegooid. - Bij de zijwaartse worp wordt de arm als bij een speerwerper naar achteren gestrekt en de bal op de open handpalm gelegd. De gestrekte arm wordt dan onder spanning naar voren gevoerd. Daarbij gaat hij dicht langs het oor. Belangrijk hierbij is de remstap. Wanneer de keeper met rechts gooit, staat het linkerbeen zijwaarts naar voren verschoven. Gooit hij met links, dan is het rechterbeen zijwaarts naar voren verschoven. - 2 groot doel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balaan- en -meename Balcontrole Passtraining Schottraining Keeperstechnieken

Tactiek

Tactiek
Spelopbouw

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Krachttraining

Coördinatie

Coördinatie
Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
45 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Spelers
1 - 5 spelers
# Keepers
2 keepers
Trainingsvorm
Individueel training Groepstraining
Positietraining
Keeperstraining
Oefeningniveau
Makkelijk Gemiddeld Moeilijk
Trainingslocatie
Veld