De keeper staat in het doel en de keeperstrainer (KT) staat met bal afhankelijk van de dribbelposities tussen 12 en 25 m van het doel verwijderd.
Verloop
De keeper ligt op zijn buik met het gezicht naar de grond. De KT dribbelt met de bal richting doel en geeft de keeper tijdens het dribbelen een commando. Zodra de keeper het commando waarneemt, staat hij zo snel mogelijk op en probeert de 1-tegen-1-situatie succesvol op te lossen.
Tip
- De keeper moet zeer geconcentreerd zijn. - Bij het opstaan kort een hand gebruiken om af te duwen, de andere hand is reactiebereid. Als hij bij het opstaan voor het rechter been kiest, staat hij eerst met het rechterbeen op en duwt zich dan met links af. Ligt hij met het bovenlichaam zijwaarts naar links, dan steunt hij met beide armen naar voren en staat eerst met het rechterbeen op en duwt zich dan met links af. - Voet/voetpunt wijst in balrichting, niet naar voren. - De keeper moet proberen alleen op de bal te letten en niet te reageren op een schijnbeweging van de speler. Bovendien is het belangrijk dat hij zich niet te snel voor de speler neergooit, maar zo lang mogelijk blijft staan en de schiethoek verkleint door de balhouder tegemoet te komen. - Zo lang mogelijk rechtop blijven staan, armen spreiden en schouderbrede voetstand innemen. - Door snel uit te komen de hoek voor de aanvaller verkleinen. Kort voor de aanvaller het tempo verlagen en losjes op de voetballen bewegen. - De benen niet te ver openen. - De keeper komt maximaal tot het strafschoppunt naar voren. - 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Tactiek
Tactiek
Spelersgedrag
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid