- 4 pionnen als ruit opgebouwd.
- Tweetallen vormen die tegenover elkaar staan
- Telkens 1 speler met bal
A dribbelt met de bal in het hoogste tempo los. Speler B probeert hem ervan te weerhouden naar de andere kant te dribbelen. Er ontstaat een 1-tegen-1-situatie. Bij balverovering door B probeert deze naar de andere kant te dribbelen. Vervolgens starten spelers C + D.
- Verdedigend duel (balverovering is het hoogste doel! Niet de bal wegtrappen.)
- Positionering van het lichaam zodanig dat de tegenstander van het doel weg naar buiten wordt gedrongen. Weg naar de achterlijn dichtmaken.
- Zijwaarts staan, kant aanbieden; de tegenstander daarheen lokken waar je hem wilt hebben; dan het lichaam ertussen schuiven om de bal te veroveren.
- Op de voetballen staan, niet op de hele voet.
- Proberen het tempo van de tegenstander te verlagen. (Zo moet tijd voor de in het spel aanwezige andere verdedigers worden gewonnen.)
- Aanvallend duel: Indien mogelijk, in het hoogste tempo op de tegenstander af. Bij laag tempo proberen een schijnbeweging toe te passen.