Opbouw van 9 pionnen volgens de tekening. De spelers verdelen zich gelijkmatig bij de diagonaal tegenoverliggende startposities tussen de buitenpionnen. Gelijkmatige verdeling van de ballen aan beide startkanten.
Verloop
De twee startspelers E + D starten gelijktijdig met een recht dribbel tot ter hoogte van de middenpionnen. Daar passen ze de bal diagonaal naar de volgende speler. In dit geval passt E naar B en D naar A. Deze moeten de bal met een contact uit de beweging aa - en meenemen en starten dan op hun beurt een dribbel naar het middelste pionnengoaltje met aansluitende diagonale pass. Deze cyclus van dribbelen, passen en positiewisseling zet zich permanent voort. Varianten: - Verschillende balvoeringstechnieken (binnenkant, buitenkant, wreef, zool, zool/binnenkant). - Voor de pass kan een schijnbeweging worden ingebouwd (overstap, schietfinte, pirouette enz.).
Tip
- De dribbelers voeren de bal in het hoogste tempo en passen de bal scherp in de looplijn van de balverwachtende speler. - De balverwachtende speler maakt een korte tegenbeweging zodra de passspeler in de uithaalbeweging gaat en start dan in de bal hinein. - De balaanname en -meename moet een vloeiende beweging zijn. Een te ver wegspringen van de bal of een van de rechte looplijn afwijkende aanname en meename moet worden vermeden. - 9 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenPasstrainingSchottraining