Opbouw van 9 pionnen volgens de tekening. De spelers verdelen zich gelijkmatig bij de diagonaal tegenoverliggende startposities tussen de buitenpionnen. Gelijkmatige verdeling van de ballen aan beide startkanten.
Verloop
De twee startspelers E + D starten gelijktijdig met een recht dribbel tot ter hoogte van de middenpionnen. Daar kunnen ze een schijnbeweging inbouwen en naar de andere kant verder dribbelen. Deze cyclus van dribbelen, schijnbeweging en positiewisseling zet zich permanent voort. Varianten: - Verschillende balvoeringstechnieken (binnenkant, buitenkant, wreef, zool, zool/binnenkant). - Ter hoogte van de middenpion kan een schijnbeweging worden ingebouwd (overstap, schietfinte, pirouette enz.).
Tip
- De dribbelers voeren de bal in het hoogste tempo en proberen de schijnbeweging vloeiend en snel uit te voeren. Na uitvoering van de schijnbeweging moet een versnelling over 2-3 meter volgen. - Strakke, snelle balbeheersing. De bal mag niet verder dan 0,5 - 1 meter van de voet zijn. - Steeds weer afwisselend blik richting bal en naar boven. - 9 pionnen