Dribbelparcours + schijnbewegingen in het vierkant-labyrint
Organisatie
Opbouw van een vierkant met een piononparcours volgens de afbeelding.
Verloop
De speler beweegt zich vrij in het dribbelparcours en beslist welke dribbelwegen hij neemt en of en zo ja, welke schijnbewegingen hij toepast. Door de twee verschillende kleurmarkeringen van de pionnen kan de trainer door het roepen laten dribbelen door slechts een kleur pionnen.
Tip
- Eerst langzaam beginnen en sneller worden. - Steeds weer een nieuwe dribbelweg inslaan. - Het bovenlichaam is bij het begin van de dribbel licht naar voren gebogen. Bij het stoppen en nterugtrekken van de bal richt het zich iets op. - Bij het uitvoeren van een lichaamsfinte verplaatst het zwaartepunt van het lichaam, door het voor lichaamfinten typische zijwaarts afknikken van het bovenlichaam, naar rechts of links. - Niet in achterwaartse stand gaan. - De armen zijn in het ellebooggewricht gebogen en worden zijwaarts langs het lichaam, volgens de normale armbeweging bij lopen/gaan, meebewogen. - Been bij de balmeeneming buigen. - De bal wordt slechts licht ("zacht") geraakt. Er moet een fijngevoeligheid voor de bal opgebouwd worden. - De blik moet regelmatig van de bal losgemaakt worden (afwisselende blik richting bal en naar voren). - Tempo hoog houden. - Zoveel mogelijk balcontacten. - De benen zijn tijdens de uitvoering in het kniegewricht licht gebogen. - Nauwe balvoering (bal mag de voet niet verder dan 50 cm verlaten). - 30 pionnen