Opbouw van een pionnenslalom. De spelers begeven zich volgens de afbeelding naar de betreffende positie.
Verloop
Team B dribbelt met de bal door de pionnenslalom en mag alleen de binnenkant gebruiken, d.w.z. afwisselend links/rechts. De speler heeft 1 – 3 balcontacten per voet. Dribbelt dan in sprint diagonaal om de rechter gele pion. Dribbelt hier heel strak omheen (max. 50 cm afstand bal tot pion), sprint naar de groene pion, dribbelt hieromheen en voert in sprint de bal door het pionnengoaltje en loopt langzaam terug en sluit aan bij de andere oefening/kant. Team dribbelt aan de andere kant tegelijkertijd los, echter alleen met de buitenkant.
Tip
- Snel tempodribbel. - Zuivere, strakke balbeheersing. - 17 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelen
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid