Er worden drie pionnen zoals aangegeven opgesteld. De startpion met bal is dubbel/meervoudig bezet, bij de andere pionnen staat telkens een speler.
Verloop
A speelt een dubbelpass met speler B (1+2) en passt vervolgens diagonaal naar speler C (3). C speelt nu een dubbelpass met B (4+5) en passt de bal dan diagonaal naar pion II (resp. speler A, die daarheen is gelopen). Nu volgt hetzelfde verloop als eerder. Loopwegen: - Speler A loopt naar pion II - B loopt naar pion III - Speler C wisselt naar pion I De posities worden met de klok mee gewisseld! Alternatief: Na de helft van de tijd vindt een richtingsverandering plaats, d.w.z. het verloop gaat dan tegen de klok in.
Tip
Eerst de pasoefening langzaam instuderen en dan het pastempo verhogen. De balverwachtende spelers maken altijd een aanloopbeweging. Zijwaarts of achterwaarts een dynamische sprongstap om dan de pass tegemoet te gaan. De oefening is bij snelle uitvoering en met slechts vier spelers enorm loopintensief. - Onder tijdsdruk wordt een zeer veeleisend, spelrealistisch passspel geëist. - De balverwachtende spelers roepen door verbale aanwijzing de bal af. - De pastiming en starttiming zijn beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Loopweg niet vergeten. - Passcherpte en -nauwkeurigheid eisen. - Nauwkeurigheid gaat voor snelheid. - De concentratie moet op peil worden gehouden. - 3 pionnen