← terug naar overzicht
Driesprong + sprint
10 min
Voetbal Oefening

Driesprong + sprint

Organisatie

Het station wordt met een start- en een eindpion gemarkeerd. Voor de startpion stellen de spelers zich achter elkaar op. Per station niet meer dan 5-8 spelers.

Verloop

De speler start met drie opeenvolgende eenbeinige sprongen. Daarbij beweegt hij zich alleen op de voetballen en wisselt voor elke afzet het afzetbeen (rechts-links-rechts of links-rechts-links). Doel is om zo ver mogelijk te springen. Direct na de laatste landing sprint hij naar de eindpion.

Tip

- Afzet en landing alleen op de voetballen. - Doel is zo ver mogelijk te springen, niet zo hoog mogelijk. - Het bovenlichaam is tijdens de sprongen relatief rechtop, met lichte holle kruishouding. Het is bovendien iets naar de kant gebogen waarmee wordt afgezet. De armen ondersteunen de sprongen door dynamisch mee te zwaaien. - Bij de sprint wordt in spreidstand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik gaat omhoog en de pasfrequentie neemt toe. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 passen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 2 pionnen

Trainingsattributen

Conditie

Conditie
Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
10 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Spelers
1 - 5 spelers
Trainingsvorm
Individueel training Groepstraining Teamtraining
Oefeningniveau
Makkelijk Gemiddeld Moeilijk
Trainingslocatie
Veld Zaal