Dubbelpassspel over twee stations in twee vierkanten
Organisatie
Er wordt met 8 pionnen een klein vierkant in een groot vierkant opgebouwd. Bij elke pion positioneert zich een speler. Bij de buitenste pionnen positioneren zich telkens twee spelers. De spelers bij de startpion hebben een bal nodig.
Verloop
Drie spelers starten steeds hetzelfde passspel. De vier spelers in het binnenste (kleine) vierkant wisselen na de dubbelpass van positie. A speelt de pass naar B, deze leidt de bal door naar C. C speelt dubbelpass met A. A neemt de positie van C in. C start hetzelfde verloop en speelt nu naar pionspeler D.
Tip
- Dit pass- en dribbelspel is zeer loopintensief. - Het standbeen niet te ver van de bal plaatsen en erop letten dat de spelers niet in achterwaartse houding gaan. - De pastiming en starttiming zijn beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Passcherpte en -nauwkeurigheid eisen. - Balaanname en -meename zijn een balcontact. - Dribbeltempo hoog houden. - Zuivere baloverdracht op de pasvoet van de wachtende speler. - 8 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenPasstrainingSchottraining