Een keeper en drie veldspelers positioneren zich volgens de tekening op het speelveld. De twee blauwe spelers fungeren als verdedigers, de rode speler als aanvaller. De aanvaller heeft de bal.
Verloop
De keeper opent met een pass/uitworp naar de aan de middenlijn wachtende aanvaller C. De balvoerende aanvaller loopt op verdediger B af. Daarbij simuleert hij afwisselend een dribbling naar rechts en naar links. Speler A dekt speler B af door de zijwaartse richtingsveranderingen van C mee te bewegen. Wordt speler B uitgespeeld, dan stelt verdediger A meteen speler C en B dekt zo snel mogelijk speler A in de rug af en volgt op zijn beurt de zijwaartse richtingswisselingen van speler A. De aanvaller probeert door een snel tempodribbling en afhankelijk van de situatie toepassing van schijnbewegingen de twee verdedigers voorbij te dribbelen en tot een doelpoging te komen.
Tip
- In het begin moet de spits slechts in gematigd tempo op de verdedigers aflopen, om hen zo vaak mogelijk de kans te geven de loopwegen op elkaar af te stemmen. - De afstand van de achterste verdediger tot de voorste moet altijd ongeveer 5 meter bedragen. - Wordt de eerste verdediger uitgespeeld, dan loopt de achterste verdediger op de aanvaller af. Ca. 2-3 meter voor hem vertraagt hij het tempo, komt tot stilstand en neemt in zijwaarts verspreide achterwaartse loop het tempo van de aanvaller over. - 1 groot doel
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsSchottraining