Zes pionnen worden zoals getekend geplaatst. Het is aan te raden de buitenste pionposities met grote pionnen of vlaggenstokken te bezetten (zie tekening). Dit heeft als voordeel dat de spelers om de pionnen heen moeten lopen en er niet overheen kunnen springen. Er staan per kant telkens twee spelers op 10 – 15 meter afstand tegenover elkaar. De oefening is geschikt voor 6 - 10 spelers.
Eerst wordt een lage of hoge pass van speler A naar B gespeeld. Speler B laat zijwaarts in de loop van A terugkaatsen. Speler A dribbelt naar de pion, omspeelt kaatser B, loopt met de bal naar de tegenoverliggende grote pion, om vervolgens naar de andere groep te dribbelen. Na het tempodribbelen sluit de speler aan bij de rode groep. De rode groep rond speler D en kaatser C voeren de oefening gelijktijdig uit, met gespiegelde loopwegen (zoals ingeteke d). Alternatief: Deze oefening kan ook als wedstrijdvorm uitgevoerd worden. Daarvoor beginnen beide groepen gelijktijdig met de uitvoering zoals beschreven. De groep wiens speler als eerste met bal de tegenstander bereikt, krijgt een punt. Het team met de meeste punten wint.
Let op: De spelers moeten de tegenstander steeds in de gaten houden, zodat ze bij het kruisen van de loopwegen elkaar niet hinderen. - Pass- en starttiming klopt vaak niet, omdat er te vroeg of te laat gestart of gepasst wordt. - De balverwachtende speler maakt altijd een stap achteruit in een dynamische sprong en gaat dan de bal een stap tegemoet. - Bij het terugkaatsen de voet licht optillen - Passes scherp en nauwkeurig passen. - Vaak loopt de speler sneller dan hij past. - 6 pionnen