Opbouw van een start- en een doelpion en een pionnenvierkant met verbindende stangen. De spelers stellen zich achter elkaar op bij het startpion. Per station moeten niet meer dan 5-8 spelers staan.
Verloop
De speler springt in het stangenvierkant en maakt daar achtereenvolgens eenbenige sprongen (diagonale sprongen) richting de afzonderlijke stangen (1-4). Na de laatste sprong loopt hij naar voren uit het vierkant en sprint lineair naar het doelpion. Alle sprongen (1-4) per doorgang worden met hetzelfde been gemaakt. Zodra de speler uit het pionnenvierkant sprint, start direct de volgende speler.
Tip
- Eenbenige sprongen: Dienen voor de ontwikkeling van de afzetkracht (verhoging van de maximale en explosieve kracht bij beperkte afzettijd), oftewel de startsnelheid. Er wordt vanaf de rechter voetbal naar voren gesprongen en met dezelfde voet op de bal geland. Kort bodemcontact met explosieve sprint. De linkervoet zet naar voren bewegend neer. - Bij de sprint wordt in passtand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afduwen over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de pasfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hak, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 4 stang(en), 6 pionnen
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid