Pionnengoaltjes opbouwen; de spelers positioneren zich tussen de pionnengoaltjes.
De spelers die tegenover elkaar staan passen de bal naar elkaar met de rechter (linker) binnenkant voet. Na de pass wordt de bal met de rechter (linker) binnenkant voet aangenomen en teruggespeeld enz. Alternatief: - Passen met de rechter (linker) binnenkant voet, de bal met de rechter (linker) binnenkant voet stoppen en terugspelen, vervolgens achterwaarts om een pion heen lopen. - Balcontrole met de rechter (linker) voet, passen met de linker (rechter) voet (Tip: Balcontrole en aannemen met één balcontact, zodat de bal bij het aannemen met de rechter (linker) voet voor de linker (rechter) voet landt en direct gespeeld kan worden. - Afstand verkleinen naar 2 - 3 meter en direct toespelen, daarbij in skipping bewegen (Doel: 100 contacten) - Afwisselend wreeftrap of binnenkant voet-trap, binnenkant voet-pass of buitenkant voet-pass spelen.
- Bij de balcontrole en het aannemen staat het standbeen vaak te ver van de bal af, of neigt de speler naar achteren te leunen. Het standbeen moet 30 - 40 cm zijwaarts naast of op hoogte van de bal geplaatst worden. - Bij het passen of de balcontrole moet de voet licht opgetild zijn en naar beneden door de bal gezwaaid worden. - Veel spelers nemen de bal aan met de wreef of de buitenkant. De balcontrole en het aannemen met de binnenkant voet, licht over de bal gebogen, is in de eerste stap duidelijk eenvoudiger. - 4 pionnen of meer