De spelers nemen de bal in de hand en gooien hem omhoog. Voordat de bal de grond raakt, jongleren ze hem afwisselend met de linker- en rechtervoet en vandaar weer terug in de armen. Aansluitend jongleren ze hem in de volgorde rechts-links en dan steeds zo verder.
Tip
- Het trefvlak is de wreef. - Altijd erop letten dat beide voeten afwisselend worden gebruikt. - Het bovenlichaam is rechtop, de blik naar beneden gericht. - Het standbeen is licht in het kniegewricht gebogen. - Het speelbeen is eveneens in het kniegewricht gebogen, daarbij wordt de knie licht omhoog getrokken, zodat de voet loskomt van de grond. - De bal wordt 20 - 30 cm boven de grond geraakt. - De armen zijn zijwaarts van het lichaam en in het ellebooggewricht gebogen (vergelijkbaar met de armhouding bij het dragen van een krat water) - De bal mag niet te ver omhoog worden geschoten.